||  MGCCH RITTENREGLEMENT  ||


MG Car Club Holland Rittenreglement

Onder puzzelritten wordt verstaan ritten waarvan de routeopdracht bestaat uit:

  1. Een beschrijving in de Nederlandse taal van de te rijden route (routebeschrijving).
  2. Schematisch weergegeven wegsituatie (bolletje-pijltje of striprit).
  3. Een kaart of kaartfragment met begeleidend reglement (kaartleesrit, ingetekende lijn of blinde lijn).
  1. Nummering en inhoud routeopdracht
  1. De routeopdrachten moeten in nummervolgorde worden uitgevoerd beginnend met nummer 1.
  2. Iedere opdracht dient volledig uitgevoerd te worden en te leiden tot een verandering van rijrichting.
  3. Per nummer mag 1 routeopdracht worden gegeven.
  4. Wanneer een routeopdracht foutief of nog niet uitvoerbaar is, rijdt men zoveel mogelijk rechtdoor of nagenoeg rechtdoor.
  1. Wegen
  1. Onder wegen wordt verstaan: alle voor het openbaar rijverkeer openstaande wegen welke vanuit de rijrichting van de deelnemers met een personenauto kunnen en mogen worden bereden.
  2. Om een weg mee te kunnen tellen, moet ze op de bereden route uitmonden.
  3. Wegen bestaan uit verharde wegen (klinkers, asfalt, beton, e.d.).
  4. Een opening in de middenberm is geen weg.
  5. Een verbinding tussen hoofdweg en ventweg is wel een weg.
  6. Wegen mogen naar aard: (b.v. klinkerweg), naar karakter: (b.v. voorrangsweg) of naar naam: (b.v. Kanariestraat) worden aangeduid.
  7. De weg mag niet naar de aard, het karakter of de naam worden aangeduid indien dit duidelijk zichtbaar aan het begin van de weg voor de eerste zijgelegenheid verandert (b.v. asfalt overgaand in zand of Kanariestraat overgaand in Dorpsstraat.

Als niet aanwezig worden beschouwd:

  1. Wegen die vanuit de rijrichting gezien krachtens de wegenverkeerswetgeving voor de deelnemer zijn verboden.
  2. Wegen met een bord "verboden toegang", dan wel een bord met een aanduiding van gelijke strekking.
  3. Wegen die zichtbaar doodlopend zijn of waar dit duidelijk aan het begin van de weg zichtbaar is door een verkeersbord aanduidende doodlopende weg, door een bord met de tekst "DLW" of "DOODLOPENDE WEG", dan wel een bord van gelijke strekking.
  4. Particuliere in-, op-, en uitritten.
  5. Woonerven die als zodanig ook zijn aangegeven.
  6. Onverharde wegen (bos, zand, grind, sintel, e.d.).
  1. Gelegenheden
Onder gelegenheden worden verstaan:

alle voor het openbaar rij-verkeer openstaande gelegenheden welke vanuit de rijrichting gezien met een personenauto kunnen en mogen worden bereden. Ook die niet zonder meer als weg zouden zijn aan te merken b.v. in- en uitritten van parkeerterreinen of erven, op-, in-, en uitritten van tankstations e.d. wegen welke men alleen kan bereiken via verzonken trottoirband(en) c.q. inritband(en).

  1. Wegsituaties
  1. Onder EINDE WEG wordt die situatie verstaan waarbij geen enkele mogelijkheid aanwezig is om de rijrichting of nagenoeg de rijrichting te vervolgen, maar waar men wel de keuze heeft een weg rechts of een weg links in te rijden.
  2. Onder DRIESPRONG of SPLITSING wordt die situatie verstaan waar de weg waar men op rijdt zich in voorwaartse richting splits in twee andere wegen, waarbij men voor het berijden van elk van deze wegen een routeopdracht nodig heeft.
  3. Onder VIERSPRONG of VIJFSPRONG enz. wordt die situatie verstaan waar resp. vier, vijf enz. wegen samenkomen en waar de deelnemer komende uit een van deze wegen de resterende wegen rechtstreeks kan en mag inrijden.
  4. GEEN VIERSPRONG is de situatie waar de weg waarop men rijdt rechtuit of nagenoeg rechtuit loopt en de twee zijwegen vrijwel op hetzelfde punt aan een zijde van de bereden weg uitmonden (een zgn. K-viersprong).
  1. Oriënteringspunten
  1. Bij de in 1 bedoelde routeopdrachten kan gebruik worden gemaakt van oriënteringspunten, uitsluitend uitgaande van vaste punten of vaste voorwerpen. Voor vaste oriënteringspunten komen in aanmerking:

(1) objecten; b.v. verkeersbord of brievenbuis.
(2) afbeeldingen; b.v. een tekening van een kerk.
(3) wegen, wegsituaties en wegwijzers.
(4) teksten.

  1. De oriënteringspunten moeten in of in de nabijheid van de voorgeschreven route liggen en moeten vanuit de auto zichtbaar of leesbaar zijn.
  2. Oriënteringspunten dienen zich te bevinden aan de rechterzijde van de weg, of voor u, aan de rechterzijde van de as van de weg, tenzij met (L) in de routebeschrijving vermeld.
  3. Het is verboden gebruik te maken van:

(1) een oriënteringspunt dat zich gezien vanuit de rijrichting achterwaarts bevindt.
(2) een oriënteringspunt dat zich links van de as van de weg bevindt, tenzij met (L) in de routebeschrijving vermeld.
(3) een oriënteringspunt welke zich IN een gebouw c.q. opstal bevindt.

  1. Afkortingen

De worden gebruikt in routeopdrachten:

WW: Wegwijzer, geen P of VRB, die verwijst naar stad (steden) en/of dorp(en).
P: Verkeerspaddestoel (wegwijzer) die verwijst naar stad (steden) en/of dorp(en).
VRB: Voorrichtingsbord (wegwijzer), verwijst naar stad (steden) en/of dorp(en), dat voor de eigenlijke afslag de mogelijkheid/heden tot richtingsverandering(en) aangeeft. Een VRB moet betrekking hebben op de werkelijke afslag.
VRW: Voorrangsweg, voorrangskruising, voorrangssplitsing, alleen komende van de richting van waaruit men geen voorrang heeft.
H: Huisnummer.
R: Rechts.
L: Links.
OA: Overbodige aanduiding.
o.a.: onder andere.
RC: Route controle.
CV: Controle vraag.
1e, 2e enz.: eerste, tweede enz.
DLW: Doodlopende weg of doodlopende gelegenheid.
Ri: Richting.
  1. Weg volgen

Met b.v. de opdracht; klinkerweg volgen, wordt bedoeld dat de deelnemer de aangegeven weg blijft berijden tot het eerste oriënteringspunt van de volgende opdracht is bereikt.

  1. Aanhoudend rechts of links

Bij de opdracht; aanhoudend R (of L) moet men minimaal 2 maal naar rechts (of links) van rijrichting veranderen (reglementaire of verkeerstechnische gedwongen richtingsveranderingen tellen hierbij niet mee) tot het volgende oriënteringspunt is bereikt.

  1. Rechts of links aanhouden

Op splitsing of driesprong gekomen moet de rechtse resp. de linkse weg of gelegenheid ingeslagen worden.

  1. Teksten

Een oriënteringspunt dat op de routebeschrijving tussen aanhalingstekens is geplaatst geeft aan dat het desbetreffende punt wordt voorgesteld door een tekst. Teksten moeten steeds met hoofdletters in de routebeschrijving worden opgenomen. De gebruikte tekst dient op een vast voorwerp voor te komen. Wordt een gedeelte van de tekst als oriënteringspunt gebruikt, dan dienen tenminste de eerste twee volledige woorden en/of getallen in de routebeschrijving te worden vermeld alsmede afkorting(en) en/of leesteken(s) welke zich voor het tweede woord of getal bevinden gevolgd door: ENZ.
Ook is het mogelijk om een deel van de tekst te gebruiken. In dat geval wordt dat aangegeven met o.a. (onder andere).
B.v.: de tekst A. West. 5144 GS  Waaldrecht, kan in een routebeschrijving worden vermeld als: "A.WEST, 5144 ENZ.", als A.WEST, 5144 GS  WAALDRECHT" of als o.a. "WEST".

  1. Controles
  1. Controles dienen om te constateren of de opgegeven route door de deelnemers op de juiste wijze wordt verreden.
  2. Alle controles bevinden zich rechts van de bereden route, tenzij met (L) in de routebeschrijving vermeld.
  3. Bemande controles: kenbaar aan een oranje of rode MG-vlag. Het is hier verplicht de controlekaart ter afstempeling aan te bieden.
  4. Onbemande routecontroles: kenbaar aan een bord of kaart met een letter en/of getal en eventueel een of meerder opdrachten. Deze controle is uitgevoerd conform een model bij de inschrijftafel. Men dient bij het aandoen van een dergelijke controle de desbetreffende letter en/of het cijfer terstond onuitwisbaar en enkellijnig op de controlekaart te noteren in het eerstvolgende vrije vlakje.
  5. De eventueel bij de controle opgegeven opdracht moet met voorrang op de routebeschrijving worden ingevoerd.
  6. Ook kunnen er (dwang)pijlen in de route worden geplaatst. Deze hebben voorrang op de routebeschrijving. Hierin ligt ook een voorbeeld bij de inschrijftafel.
  7. Controlevragen moeten betrekking hebben op de te berijden route of moet met het automerk MG te maken hebben.
  8. Prettig is dat de antwoorden op controlevragen vanuit de auto zichtbaar zijn.
  1. Controlekaarten en strafpunten

Controlekaarten dienen volledig met pen ingevuld te worden. De deelnemers ontvangen bij de start en MGCC-controlekaart waarop zij de gevraagde gegevens dienen in te vullen. Hierop kan controle plaatsvinden. Niet volledige invulling (namen, auto type en beginstand) moet gezien worden als een foutief beantwoorde routecontrole waarvoor 30 strafpunten worden toegekend. Doorhalingen hebben strafpunten tot gevolg (10 als het om een controlevraag gaat, 30 als het om een routecontrole gaat).

Overzicht van strafpunten:

10 strafpunten: voor een foutief of niet beantwoorde controlevraag.
30 strafpunten: voor het missen van een routecontrole (bemand of onbemand) of voor het aandoen van een controle (bemand of onbemand) buiten de voorgeschreven route.
1 strafpunt: ter voorkoming van ex-aequo's is het mogelijk teveel gereden kilometers met 1 strafpunt per kilometer te belasten.

  1. Voorbeelden routebeschrijving

na "KERK" R: na tekst kerk rechtsaf.
na o.a. "KERK" R: na deeltekst kerk rechtsaf; volledige tekst b.v.: kerk of school.
na "KERK" (L) R: na tekst kerk, linksstaand, rechtsaf.
na "KERK EN ENZ" R: na tekst kerk en school, rechtsaf.
na kerk R: na kerkgebouw rechtsaf.
na kerk (L) R: na kerkgebouw, linksstaand, rechtsaf.
2e weg L: sla tweede weg aan de linkerhand in.
na 2e weg L: tel eerst twee wegen aan de rechterkant om daarna linksaf te gaan.
bij 2e weg L: tel eerst twee wegen aan de rechterkant om daarbij (direct) linksaf te gaan.

  1. Overige aanwijzingen
  1. De lengte van de puzzelrit zal niet korter zijn dan 30 km en niet langer dan 50 km.
  2. Het is de bedoeling dat de rit in ongeveer 2,5 uur te rijden is. Te laat bij de finish betekent uitsluiting.

Bron: MG Car Club Holland